Dit najaar trekt Ketnet op avontuur met Robbedoes en zijn onafscheidelijke makkers Kwabbernoot en Spip. De Frans-Canadese animatiereeks naar de boeken van Franquin en de andere geestelijke vaders van Robbedoes en Kwabbernoot brengt deze kleurrijke helden op het kleine scherm tot leven voor een nieuwe generatie kinderen.

Ooit was Robbedoes piccolo in een hotel. Vandaar zijn rode uniform en hoedje. Tot hij er op een dag genoeg van kreeg en voor het avontuur koos. Sindsdien trekt de jonge held onvermoeibaar ten strijde tegen het kwade: misdadigers van allerlei pluimage, walvisjagers, supercomputers en buitenaardse wezens. Gelukkig kan hij daarbij rekenen op de hulp van zijn al even moedige vrienden. Op de eerste plaats Kwabbernoot, natuurlijk, een nogal onhandige maar onversaagde journalist. Daarnaast is er ook Spip, de trouwe eekhoorn en de Graaf van Rommelgem, een geniale maar zeer slordige wetenschapper, wiens uitvindingen Robbedoes en Kwabbernoot vaak goed van pas komen in hun strijd tegen maffiabaas Vito Cortizone en zijn kornuiten, die altijd wel één of andere snode daad aan het beramen of uitvoeren zijn. Of de verschrikkelijke geleerde Zorglub en de boosaardige piraat John Helena en Chinese gangsterbendes in New York. Hoogtepunt is de reis naar Palombië, waar ze het geheim van een raadselachtig dier ontsluieren: de Marsupilami. Nergens hebben Robbedoes en zijn makkers schrik voor. Zelfs de gevaarlijkste situaties benaderen ze met humor en lichtvoetigheid.

De verhalen van Robbedoes combineren het fantastische met het ongewone en het vaag bekende tot een zorgvuldige mix van spanning, actie en humor. Het goede overwint het kwade, al gaat dat niet altijd zonder slag of stoot. Maar door handigheid, vindingrijkheid en samenhorigheid slagen Robbedoes en zijn makkers er uiteindelijk toch in om hun tegenstanders klein te krijgen. Via de spannende verhalen worden de jonge kijkers ook vertrouwd gemaakt met moderne sociale, ecologische en zelf politieke thema’s.

Zoals het een stripheld betaamt, is Robbedoes eeuwig jong. Toch is hij de kaap van de zestig al gepasseerd. Hij zag het levenslicht in 1938 in het tijdschrift dat zijn naam droeg. In het Frans heette hij Spirou (eekhoorn), wellicht wegens de kleur van zijn haar. Hij was portier in het Moustic-Hotel. Niet zo’n opwindend bestaan, maar gelukkig liet zijn geestelijke vader Rob-Vel (Robert Velter) hem enkele episodes later kennismaken met ene Bill Monnay, die hem meenam op avontuur. En dat avontuur duurt - met hoogtes en laagtes - voort tot op de dag van vandaag.

In 1939 kreeg Robbedoes een vaste kompaan, Spip, een echte eekhoorn. Tijdens de oorlog verkocht Rob-Vel zijn figuurtjes aan de uitgeverij Dupuis. Zo kreeg Robbedoes een tweede vader, Jijé, die in 1943 het personage Kwabbernoot creëerde. In 1946 was Jijé uitgekeken op Robbedoes (en op België) en verscheen ene André Franquin op het striptoneel. De jonge schrijver zou de personages en heel de strip veel meer diepgang en geloofwaardigheid geven. Hij bedacht ook nog een heleboel nevenpersonages. Franquin engageerde diverse tekenaars en scenaristen en onder zijn leiding kende Robbedoes zijn grootste successen in de jaren ’50 en ‘60. Robbedoes werd door miljoenen lezers in tientallen landen verslonden. In de jaren ’70 passeert Robbedoes door diverse handen en begint hij tekenen te vertonen van zuurstofgebrek. Maar in de jaren ’80 en ’90 zorgen twee jonge Belgische tekenaars voor een verjongingskuur. Tome en Janry geven Robbedoes een meer realistisch aspect. In het begin van de jaren ’90 werd de reeks met veel succes verfilmd door de Canadese producent Ciné- Groupe, in samenwerking met Dupuis en TF1. Zo is Robbedoes ook voor de huidige generatie kinderen een herkenbare en moderne held geworden, die de 21ste eeuw met vertrouwen kan tegemoet zien.

Robbedoes en Kwabbernoot: vanaf 5 september, woensdag om 16.20 u., zaterdag om 11.10 u. en zondag om 12.00 u.

Krijg het laatste FrontView Magazine nieuws in je Facebook nieuwsoverzicht: